ECLI:NL:CRVB:2021:1010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag plaatsing op andere functie conform RAAF bevestigd
Appellante heeft op 24 oktober 2017 een aanvraag ingediend voor plaatsing in de functie van Medewerker [A] op grond van de Regeling aanvraag plaatsing op een andere dan de ambtenaar opgedragen functie (RAAF). Deze aanvraag werd bij besluit van 21 december 2018 afgewezen en dat besluit werd gehandhaafd na bezwaar op 17 december 2019.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij voldeed aan de niveaubepalende elementen van de gevraagde functie, onderbouwd met een verklaring van een leidinggevende en een functioneringsverslag. Deze stelling werd door de rechtbank gemotiveerd verworpen en de Raad sluit zich hierbij aan, mede omdat appellante zich niet verder heeft onderbouwd of toegelicht tijdens de zitting.
Daarnaast stelde appellante dat sprake was van een waarnemingstoelage, maar de Raad oordeelt dat dit onvoldoende is om te concluderen dat aan de voorwaarden van de RAAF is voldaan. Uit toetsing van de feitelijke werkzaamheden blijkt niet dat appellante de kern van de gevraagde functie uitoefent. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag tot plaatsing op een andere functie wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.