ECLI:NL:CRVB:2021:1042
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade en proceskosten wegens overschrijding redelijke termijn in WIA-procedure
In deze zaak heeft het UWV hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Amsterdam, terwijl appellant incidenteel hoger beroep instelde. Tijdens de zitting op 22 maart 2021 trokken beide partijen hun beroepen in. Betrokkene vorderde proceskostenvergoeding en appellant schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad stelde vast dat de redelijke termijn in de rechterlijke fase was overschreden met ruim een jaar, aangezien de procedure vanaf ontvangst bezwaarschrift op 23 maart 2016 tot de uitspraak op 30 april 2021 meer dan vijf jaar duurde. Volgens jurisprudentie is een termijn van vier jaar in soortgelijke zaken redelijk, met een maximum van drieënhalf jaar voor de rechterlijke fase.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, begroot op €1.269,06, en de Staat tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €1.500 aan appellant wegens de overschrijding van de redelijke termijn. Hiermee wordt het belang van tijdige rechtsgang en adequate vergoeding bij vertraging benadrukt.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in proceskosten en de Staat moet €1.500 schadevergoeding betalen wegens overschrijding redelijke termijn.