ECLI:NL:CRVB:2021:1057

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 april 2021
Publicatiedatum
7 mei 2021
Zaaknummer
20/4052 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • J.T.H. Zimmerman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:104 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring Centrale Raad van Beroep wegens wettelijk appelverbod in WAO-zaak

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg, waarin zij verzet had ingediend tegen een beslissing van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in een WAO-zaak.

De aangevallen uitspraak betreft een uitspraak als bedoeld in artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Volgens artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb is tegen een dergelijke uitspraak van de rechtbank geen hoger beroep mogelijk.

De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die een uitzondering op dit appelverbod rechtvaardigen. Daarom verklaart de Raad zich kennelijk onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en wijst het zonder nadere inhoudelijke behandeling af.

Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. De uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman, met griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder, en is uitgesproken in het openbaar op 29 april 2021.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen vanwege het wettelijk appelverbod.

Uitspraak

Datum uitspraak: 29 april 2021
20/4052 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 22 oktober 2020, 20/1430 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het beroep van appellante tegen een beslissing van het Uwv. De aangevallen uitspraak is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellante heeft hiertegen bij de rechtbank verzet ingediend.
In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb, is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank na toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb, geen hoger beroep kan worden ingesteld.
Verder is niet gebleken van feiten en omstandigheden die een doorbreking van het wettelijk appelverbod zouden kunnen rechtvaardigen.
De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellante ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman, in tegenwoordigheid van
T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 april 2021.
(getekend) J.T.H. Zimmerman
(getekend) T. Hemelrijk-van den Oudenalder
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.