ECLI:NL:CRVB:2021:1078

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 mei 2021
Publicatiedatum
10 mei 2021
Zaaknummer
21/537 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden en niet-herstel verzuim

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat een vereiste is volgens artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De gemachtigde van appellant is bij brief van 12 februari 2021 in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen, maar heeft deze termijn ongebruikt laten verlopen. Vervolgens is bij aangetekende brief van 15 maart 2021 nogmaals een termijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat overschrijding zou leiden tot niet-inhoudelijke behandeling van de zaak. Ook deze termijn is ongebruikt voorbijgegaan.

Er zijn geen redenen aangevoerd die het verzuim kunnen verontschuldigen. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wordt zonder inhoudelijke behandeling beslist. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet-herstellen van het verzuim binnen de gestelde termijnen.

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 mei 2021
21/537 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
28 december 2020, 19/3682 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. H.A. van Dalsen hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.
Bij brief van 12 februari 2021 is de gemachtigde van appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
De gemachtigde van appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 15 maart 2021 is aan de gemachtigde van appellant nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellant erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
De gemachtigde van appellant heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van N. Khachatryan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2021.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) N. Khachatryan
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

RB