ECLI:NL:CRVB:2021:108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding wegens vertraagde uitbetaling bijzondere bijstand
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor een koelkast en wasmachine, welke na bezwaar gedeeltelijk werd toegekend. De rechtbank bepaalde later dat het volledige bedrag moest worden uitbetaald, wat het college deed met vertraging.
Appellant vorderde vervolgens schadevergoeding voor extra kosten door de vertraagde betaling, zoals extra boodschappen en waskosten. De rechtbank wees dit af en stelde dat alleen wettelijke rente verschuldigd is, mits deze boven € 10,- uitkomt.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn verzoek onjuist als renteverzoek was geïnterpreteerd en dat hij daadwerkelijke gevolgschade had geleden. De Raad oordeelde dat alle kosten terug te voeren zijn op de vertraging en dat het civielrechtelijk schadevergoedingsrecht bepaalt dat alleen wettelijke rente toekomt.
Omdat de wettelijke rente minder dan € 10,- bedroeg, was het college geen rente verschuldigd. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en alleen wettelijke rente is verschuldigd, welke onder de drempel van € 10,- blijft.