ECLI:NL:CRVB:2021:1087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellante is bij brief van 27 oktober 2020 gewezen op de verschuldigdheid van een griffierecht van €131,-, met de mededeling dat dit bedrag binnen 28 dagen betaald moest zijn. Bij aangetekende brief van 27 november 2020 is opnieuw gewezen op de betaling van het griffierecht en de consequenties van niet-betaling, namelijk dat het hoger beroep niet inhoudelijk behandeld zou worden.
Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn betaald. De Raad oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 mei 2021.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld door belanghebbenden of het bestuursorgaan. De indiener van het verzetschrift kan tevens verzoeken om te worden gehoord.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.