Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2021:1099

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 april 2021
Publicatiedatum
11 mei 2021
Zaaknummer
16/1926 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Raad stelde vast dat het UWV reeds kosten had vergoed in de bezwaarfase en beoordeelde daarom alleen de kosten gemaakt in beroep en hoger beroep. Op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht werden de kosten voor rechtsbijstand en deskundigen vastgesteld en toegekend.

De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV tot betaling van een totaalbedrag van €3.392,- aan appellant. Het griffierecht moest appellant rechtstreeks bij het UWV claimen. De uitspraak werd gedaan door voorzitter B.J. van de Griend op 29 april 2021.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €3.392,- aan proceskosten aan appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 29 april 2021
16/1926 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden Nederland van
17 februari 2016, 15/2250 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. S. Besli, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 maart 2018. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. Besli. Het Uw is verschenen bij gemachtigde
mr. K. Bollier.
De Raad heeft het onderzoek heropend en een deskundige benoemd. Deze heeft op 11 maart 2019 een rapport uitgebracht.
Het Uwv heeft op 18 oktober 2019 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 19 november 2019 heeft mr. Besli namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 18 oktober 2019 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
Aangezien het Uwv reeds heeft besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten in de bezwaarfase, moet de Raad nog slechts oordelen over de in beroep en hoger beroep gemaakte kosten.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.068,- in beroep en € 1.602,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
De kosten van het Medisch Advies Loket B.V. en de Testpsycholoog van € 242,- en van
€ 480,- komen eveneens voor vergoeding in aanmerking.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.392,-.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van
K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
29 april 2021.
(getekend) B.J. van de Griend
(getekend) K.R. van Renswoude