ECLI:NL:CRVB:2021:1143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet-gemelde vergoedingen fractieassistent
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet als alleenstaande. In de periode van maart tot juli 2018 ontving hij vergoedingen voor het bijwonen van commissievergaderingen als fractieassistent van een politieke partij, in totaal €559,37 bruto. Het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen herzag de bijstand over deze periode en vorderde dit bedrag terug, omdat deze vergoedingen als inkomen worden aangemerkt.
Appellant voerde aan dat het slechts onkostenvergoedingen betrof, geen inkomen. Dit standpunt werd door de rechtbank en de Centrale Raad van Beroep verworpen, omdat de toepasselijke Circulaire en Verordening uitsluitend spreken over vergoedingen voor het bijwonen van vergaderingen, die als inkomen in de zin van artikel 32 van Pro de Participatiewet gelden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is in het openbaar gedaan en gebaseerd op de wettelijke bepalingen en jurisprudentie.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €559,37 bruto bijstand bevestigd.