ECLI:NL:CRVB:2021:1178
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn griffierechtbetaling
Verzoekster heeft tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep verzet ingesteld nadat haar hoger beroep niet-ontvankelijk was verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. De Raad heeft het verzet behandeld tijdens een zitting waarbij geen van beide partijen aanwezig was.
De Raad heeft ambtshalve beoordeeld of het verzet ontvankelijk was en vastgesteld dat het verzetschrift te laat was ingediend. De uitspraak waartegen verzet werd ingesteld, was op 6 augustus 2020 verzonden, met een uiterste indieningstermijn voor verzet op 17 september 2020. Het verzetschrift werd echter pas op 12 januari 2021 ontvangen, wat de termijn ruimschoots overschrijdt.
Verzoekster gaf aan de uitspraak pas na 25 augustus 2020 te hebben ontvangen en verwees naar de lastige omstandigheden rondom COVID-19 en onduidelijkheid over het opnieuw betalen van griffierecht. De Raad erkent deze omstandigheden, maar oordeelt dat het niet onmogelijk was om binnen de termijn verzet in te dienen. Daarom is het verzet niet-ontvankelijk verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de indieningstermijn.