ECLI:NL:CRVB:2021:1210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De Raad heeft appellant meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €131,- binnen een gestelde termijn. Ondanks herhaalde aanmaningen en waarschuwingen is het griffierecht niet betaald.
Daarnaast bevatte het ingediende beroepschrift geen gronden, terwijl dit volgens de Algemene wet bestuursrecht verplicht is. Appellant is meerdere keren in de gelegenheid gesteld om deze tekortkoming te herstellen, maar heeft nagelaten dit te doen. De gemachtigde van appellant heeft zich bovendien teruggetrokken, waardoor appellant zelf verantwoordelijk bleef voor het vervolg van de procedure.
Gezien het niet betalen van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden, oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding tot inhoudelijke behandeling van de zaak en ook geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden.