ECLI:NL:CRVB:2021:1220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Kostenveroordeling na intrekking hoger beroep bestuursrechtelijke zaak
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Op 16 november 2020 trok het college het hoger beroep in. Betrokkene verzocht daarop om een proceskostenveroordeling tegen het college. De Centrale Raad van Beroep heeft op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beoordeeld of het college in de proceskosten moest worden veroordeeld.
De rechtbank had in de eerdere uitspraak al een kostenveroordeling in bezwaar en beroep uitgesproken. De Raad beoordeelde de redelijkheid van de door betrokkene gemaakte kosten in verband met de behandeling van het hoger beroep. Op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht werd het bedrag aan proceskosten vastgesteld op €534 voor verleende rechtsbijstand.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het hoger beroep gesloten. Vervolgens is het college veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan betrokkene. De uitspraak werd gedaan door rechter E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 25 mei 2021.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland is veroordeeld tot betaling van €534 aan proceskosten aan betrokkene.