ECLI:NL:CRVB:2021:1255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nabestaandenuitkering wegens pensioengerechtigde leeftijd
Appellante, geboren in 1951 en woonachtig in Tunesië, vroeg op 1 juni 2018 een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) na het overlijden van haar echtgenoot op 16 december 2017. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat appellante op het moment van overlijden de pensioengerechtigde leeftijd voor de AOW al had bereikt.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde zij hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam, die eveneens het beroep ongegrond verklaarde. Appellante stelde dat zij als voormalig huwelijkspartner recht had op de uitkering en dat zij niet correct was gehoord in de procedure.
De Raad oordeelde dat appellante niet ontvankelijk was in haar verzoek om uitstel van de zitting en dat zij voldoende gelegenheid had gekregen om haar standpunten toe te lichten. De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor een nabestaandenuitkering omdat zij de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt op het moment van overlijden van haar echtgenoot. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de uitkering en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de nabestaandenuitkering omdat appellante de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt op het moment van overlijden van haar echtgenoot.