ECLI:NL:CRVB:2021:1329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag langdurige zorg wegens ontbreken blijvende behoefte 24-uurszorg
Appellant, geboren in 1976 en woonachtig in een gehuurde woning, vroeg langdurige zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees de aanvraag af omdat geen grondslag verstandelijke handicap kon worden vastgesteld en er geen blijvende behoefte aan 24 uur zorg in de nabijheid was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat CIZ voldoende had gemotiveerd waarom geen recht op 24-uurszorg bestond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het bezwaaronderzoek onzorgvuldig was en dat wel sprake was van een verstandelijke handicap en noodzaak tot continu toezicht.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond geen aanleiding tot een ander oordeel, ook niet na beoordeling van een aanvullend rapport van Mediant. Het rapport bood geen aanwijzingen voor een verstandelijke handicap of 24-uurszorg. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag langdurige zorg bevestigd.