Uitspraak
20.922 AW, 20/923 AW, 20/924 AW, 20/925 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
[appellante 1] te [woonplaats 1] 20/922 AW
Centrale Raad van Beroep
Appellanten, werkzaam als assistent in salarisschaal 5 binnen een politieteam, hebben een aanvraag ingediend om geplaatst te worden in de hogere functie van medewerker in salarisschaal 6 op grond van de Regeling aanvraag plaatsing op een andere dan de ambtenaar opgedragen functie (RAAF).
De korpschef heeft deze aanvragen afgewezen omdat de feitelijke werkzaamheden van appellanten niet in overwegende mate voldoen aan de niveaubepalende elementen van de functie medewerker. De rechtbank heeft deze afwijzing bevestigd, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad heeft het geschil beoordeeld aan de hand van de feitelijke werkzaamheden en het onderscheid tussen de functies assistent en medewerker binnen het vakgebied. Hoewel appellanten werkzaamheden verrichten binnen en buiten het vakgebied, concludeert de Raad dat deze werkzaamheden niet het niveau van de functie medewerker overstijgen en dat er geen sprake is van voldoende zelfstandigheid en overdracht aan een generalist.
De Raad volgt de korpschef in zijn oordeel dat het onderscheid tussen de functies nog steeds bestaat en dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij in overwegende mate voldoen aan de niveaubepalende elementen van de hogere functie. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de plaatsing in de hogere functie bevestigd.