ECLI:NL:CRVB:2021:1367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering op basis van buurtonderzoek en woonsituatie
Appellante ontving studiefinanciering als uitwonende studente, terwijl zij volgens de minister als thuiswonende studente moest worden aangemerkt. De minister baseerde dit op een buurtonderzoek nadat meerdere pogingen tot huisbezoek op het BRP-adres waren mislukt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het buurtonderzoek voldoende was om aan te tonen dat zij niet op het BRP-adres woonde.
In hoger beroep betoogde appellante dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zij wel degelijk op het BRP-adres woonde. De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, ook zonder huisbezoeken buiten kantooruren, en dat de verklaringen van de buren betrouwbaar waren. De Raad verwierp het tegenbewijs van appellante als onvoldoende.
De Raad benadrukte dat het feit dat de vrouw en het kind van de hoofdbewoner niet in de BRP stonden ingeschreven, niet betekent dat zij niet op het adres woonden. De verklaringen van de buren waren consistent en geloofwaardig. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de studiefinanciering wordt bevestigd.