ECLI:NL:CRVB:2021:1405

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 juni 2021
Publicatiedatum
14 juni 2021
Zaaknummer
21/93 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.T.H. Zimmerman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:104 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring hoger beroep wegens wettelijk appelverbod in WAO-zaak

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg inzake een beslissing van het UWV in een WAO-zaak. De rechtbank had reeds beslist op het beroep van appellante met toepassing van artikel 8:54 Awb Pro. Volgens artikel 8:104, tweede lid, Awb is tegen een dergelijke uitspraak geen hoger beroep mogelijk.

De Centrale Raad van Beroep heeft onderzocht of er feiten of omstandigheden zijn die een doorbreking van het wettelijk appelverbod kunnen rechtvaardigen. Dit bleek niet het geval te zijn. Daarom verklaart de Raad zich kennelijk onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en wordt zonder verder onderzoek beslist.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman, met T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier, op 3 juni 2021.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep wegens wettelijk appelverbod.

Uitspraak

Datum uitspraak: 3 juni 2021
21/93 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 3 december 2020, 20/2426 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het beroep van appellante tegen een beslissing van het Uwv. De aangevallen uitspraak is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellante heeft hiertegen bij de rechtbank verzet ingediend.
In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb, is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank na toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb, geen hoger beroep kan worden ingesteld.
Verder is niet gebleken van feiten en omstandigheden die een doorbreking van het wettelijk appelverbod zouden kunnen rechtvaardigen.
De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellante ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman, in tegenwoordigheid van
T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2021.
(getekend) J.T.H. Zimmerman
(getekend) T. Hemelrijk-van den Oudenalder
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
IvR