ECLI:NL:CRVB:2021:1442
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag plaatsing waarnemingstoelage Gespecialiseerd Medewerker A
Appellante, sinds 2001 werkzaam bij de politie, was van 2016 tot 2018 belast met de waarneming van de functie Gespecialiseerd Medewerker A, waarvoor zij een waarnemingstoelage ontving. Zij verzocht op grond van de Regeling aanvraag plaatsing op een andere dan de ambtenaar opgedragen functie (RAAF) om formele plaatsing in deze functie. Dit verzoek werd door de korpschef afgewezen en deze afwijzing werd door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat eerdere uitspraken van de Raad niet van toepassing waren omdat in die zaken geen sprake was van een waarnemingstoelage. De Raad oordeelde echter dat het ontvangen van een waarnemingstoelage niet automatisch betekent dat aan de voorwaarden van de RAAF is voldaan. Uit toetsing van de feitelijke werkzaamheden bleek dat appellante niet de kern van de gevraagde functie uitoefende.
Daarnaast kon appellante niet redelijkerwijs uit de waarnemingsbesluiten afleiden dat zij zonder meer in de functie geplaatst zou worden. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag tot plaatsing in de functie Gespecialiseerd Medewerker A wordt bevestigd.