ECLI:NL:CRVB:2021:1446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling arbeidsongeschiktheid en opleidingsniveau in WIA-uitkering
Appellant was werkzaam als palletreparateur en meldde zich ziek met arm-, nek- en schouderklachten. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 37,93%, later herzien tot 39,90%, en kende op basis daarvan een WIA-uitkering toe. Appellant betwistte de arbeidskundige onderbouwing, met name het opleidingsniveau en de taalvaardigheid die vereist zijn voor de geselecteerde functies.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep stelde het opleidingsniveau vast op niveau 2, gebaseerd op vier jaar basisonderwijs in Marokko, werkervaring en een MBO-1 certificaat. De Raad overwoog dat een combinatie van opleiding en werkervaring kan voldoen aan de opleidingsniveau-eis. Hoewel appellant beperkte schriftelijke beheersing van het Nederlands heeft, zijn de geselecteerde functies eenvoudige productiematige functies met beperkte taalvereisten.
De Raad concludeerde dat appellant in staat moet worden geacht de functies te vervullen en dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak van de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde, wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid van appellant terecht heeft vastgesteld op 39,90%.