ECLI:NL:CRVB:2021:1450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldige herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 2010 arbeidsongeschikt en ontving een WIA-uitkering. Na een verzoek tot herbeoordeling in 2017 stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna de uitkering werd beëindigd per 10 juni 2018. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het medische onderzoek en de vastgestelde belastbaarheid als zorgvuldig werden beoordeeld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar beperkingen, waaronder stressklachten en tinnitus, onderschat waren. Zij overlegde een rapport van Argonaut uit 2020 ter onderbouwing van een urenbeperking.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht de datum 10 juni 2018 hanteert als peildatum en onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was. De klachten van appellante, waaronder tinnitus, waren ten tijde van de beoordeling niet bekend of onvoldoende onderbouwd. Het rapport van Argonaut betrof een ander kader en een latere datum en bood geen reden tot het aannemen van verdere beperkingen.
De Raad bevestigde dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheidspercentage is gebaseerd medisch geschikt zijn voor appellante. Het hoger beroep slaagde niet en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 10 juni 2018 na een zorgvuldig onderzoek.