ECLI:NL:CRVB:2021:15
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WGA-vervolguitkering met 66,31% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, voormalig systeembeheerder, kreeg een WGA-vervolguitkering toegekend door het UWV vanwege arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%, later verhoogd naar 65 tot 80% na bezwaar. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 66,31% op basis van een zorgvuldige medische beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd en dat de door appellant aangevoerde aanvullende medische informatie geen nieuwe relevante feiten bevatte. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen waren onderschat en dat bepaalde medische rapporten onvoldoende waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen voldoende zorgvuldig was en dat de klachten en medische gegevens van appellant adequaat waren betrokken bij de beoordeling. Het verzoek om benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling.
De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant en verwierp het hoger beroep. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van een WGA-vervolguitkering met 66,31% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.