Uitspraak
18.3379 WAJONG
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege vermeende arbeidsbeperkingen door overgevoeligheid voor elektromagnetische straling. Het UWV wees de aanvraag af op grond van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek dat voldoende arbeidsvermogen vaststelde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren en dat de beperkingen niet geobjectiveerd konden worden. Appellante voerde hoger beroep aan met het argument dat haar stralingsklachten onvoldoende waren erkend en dat eerdere procedures wel beperkingen hadden aangenomen.
De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV. De Raad stelde vast dat er geen wetenschappelijke onderbouwing is voor arbeidsongeschiktheid door elektromagnetische straling en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep dit terecht heeft gemotiveerd. Ook de SOLK-benadering werd niet gevolgd omdat de klachten niet geobjectiveerd konden worden.
De Raad concludeerde dat appellante beschikt over basale werknemersvaardigheden en in staat is om lichte taken uit te voeren zonder noodzaak voor een stralingsarme omgeving. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd wegens voldoende arbeidsvermogen.