ECLI:NL:CRVB:2021:1641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ZW-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk als inpakker
Appellant heeft zich ziekgemeld per 5 juni 2018 na beëindiging van zijn dienstverband als inpakker. Het UWV heeft op basis van medisch onderzoek vastgesteld dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk op zowel de datum van ziekmelding als het spreekuur.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaard, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig en het oordeel van de verzekeringsarts als overtuigend werd beoordeeld. Het rapport van een door appellant ingeschakelde verzekeringsarts werd niet overtuigend geacht.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij vanwege klachten niet geschikt is voor zijn eigen werk, en dat het UWV een onjuist criterium hanteerde. De Raad volgt echter het oordeel van de rechtbank en het UWV dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk, mede omdat er geen doorlopende belemmeringen zijn vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de ZW-uitkering bevestigd.