ECLI:NL:CRVB:2021:1658

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 juli 2021
Publicatiedatum
9 juli 2021
Zaaknummer
20/46 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing op bezwaar

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo. Tijdens de procedure nam het college een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante haar hoger beroep in.

De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek van appellante tot kostenveroordeling van het college behandeld. Op grond van de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan worden veroordeeld in de kosten wanneer het geheel of gedeeltelijk aan de bezwaren tegemoetkomt en het beroep wordt ingetrokken.

De Raad heeft het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep. De totale kostenvergoeding bedraagt € 2.670,-, bestaande uit kosten voor verleende rechtsbijstand en exclusief griffierecht, waarvoor appellante zich rechtstreeks tot het college kan wenden.

De uitspraak werd gedaan door rechter E.C.R. Schut en uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2021.

Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van € 2.670,- aan proceskosten aan appellante.

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 juli 2021
20/46 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van
25 november 2019, 19/113
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.I.T. Sopacua, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft op 21 oktober 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij e-mailbericht van 21 december 2020 heeft mr. Sopacua namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het college met de gewijzigde beslissing op bezwaar volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.068,- in bezwaar, € 1.068,- in beroep en € 534,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het college wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.670,-.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2021.
(getekend) E.C.R. Schut
(getekend) K.R. van Renswoude