ECLI:NL:CRVB:2021:1666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken aangevallen uitspraak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep, maar heeft nagelaten de aangevallen uitspraak te overleggen, zoals vereist op grond van artikel 6:5, tweede lid, en artikel 6:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad heeft appellant meerdere malen schriftelijk in de gelegenheid gesteld om dit verzuim te herstellen, telkens met een termijn van twee tot vier weken.
Ondanks deze herhaalde aanmaningen heeft appellant geen gehoor gegeven aan de verzoeken om de aangevallen uitspraak in te zenden. De Raad kon daardoor niet vaststellen om welke uitspraak het ging en heeft geen redenen gevonden die het verzuim van appellant konden verontschuldigen.
Gelet hierop heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en zonder inhoudelijke behandeling beslist. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. Bangma in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude op 24 juni 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van de aangevallen uitspraak.