ECLI:NL:CRVB:2021:1765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding ondanks motiveringsgebrek
Appellant diende op 2 november 2018 een aanvraag in voor bijstand als alleenstaande. Het college van burgemeester en wethouders van Deurne weigerde de aanvraag omdat appellant niet meewerkte aan een huisbezoek, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het huisbezoek onnodig was omdat het college al voldoende informatie had over zijn woon- en leefsituatie. De Raad stelde vast dat appellant bij X woont, zonder huurcontract of huurbetalingen, en dat zij samen huishoudelijke taken en kosten delen, wat wijst op een gezamenlijke huishouding volgens artikel 3, derde lid, van de Participatiewet.
Hierdoor is appellant geen zelfstandig subject voor bijstand en was het huisbezoek niet noodzakelijk. Hoewel het college het besluit onvoldoende motiveerde, werd dit motiveringsgebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd omdat geen benadeling van appellant aannemelijk is. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen, maar het college werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt terecht afgewezen wegens gezamenlijke huishouding, ondanks een motiveringsgebrek dat wordt gepasseerd.