ECLI:NL:CRVB:2021:1904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in AOW-zaak
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake AOW. Volgens artikel 6:5 Awb Pro moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het beroepschrift van appellant bevatte geen gronden.
De gemachtigde van appellant is tweemaal in de gelegenheid gesteld om binnen een gestelde termijn alsnog de beroepsgronden in te dienen, maar heeft deze termijnen ongebruikt laten verlopen. Er zijn geen redenen aangevoerd die dit verzuim kunnen verontschuldigen.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en besluit zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door H. Benek, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.