ECLI:NL:CRVB:2021:1942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen terugvordering bijstand niet tijdig en niet verschoonbaar
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet, maar het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam herzag het besluit en vorderde een bedrag van €8.933,38 terug over de periode 2 oktober 2017 tot en met 31 mei 2018. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd niet tijdig ingediend. Zij stelde dat haar casusbegeleider namens haar bezwaar zou maken, maar deze was niet formeel gemachtigd en had de gemeente niet geïnformeerd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het tot de eigen verantwoordelijkheid van appellante behoort om tijdig bezwaar te maken, ook als zij hulp krijgt van een derde. Het college hoefde de casusbegeleider niet nader te betrekken omdat deze niet als gemachtigde bekend stond.
Verder stelde de Raad dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaarde en dat het niet horen van appellante in bezwaar geoorloofd was omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de terugvordering van bijstand is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en niet-verschoonbare termijnoverschrijding.