Uitspraak
18.4493 PW
9 juli 2018, 18/361 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor stofferings- en inrichtingskosten na een verhuizing in juni 2017. Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad wees deze aanvragen af, stellende dat de kosten behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en dat appellant voldoende inkomen had om deze kosten te reserveren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij bijzondere omstandigheden kende, zoals een onverwachte verhuizing en beperkte reserveringsmogelijkheden door een wijziging van de bijstandsnorm. Tevens stelde hij dat hij tot een speciale doelgroep behoorde die aanspraak kan maken op dergelijke bijstand.
De Raad oordeelde dat de verhuizing voorspelbaar was en appellant voldoende gelegenheid had om te sparen. De aangevoerde bijzondere omstandigheden en de stelling dat hij tot een speciale doelgroep behoorde, werden niet onderbouwd. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijzondere bijstand voor stofferings- en inrichtingskosten wordt bevestigd.