ECLI:NL:CRVB:2021:2059

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 augustus 2021
Publicatiedatum
17 augustus 2021
Zaaknummer
21/1764 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat een vereiste is volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De gemachtigde van appellante is tweemaal schriftelijk in de gelegenheid gesteld om de beroepsgronden binnen een gestelde termijn aan te vullen, maar heeft deze termijnen onbenut voorbij laten gaan.

Er zijn geen redenen gebleken die een verontschuldiging voor dit verzuim vormen. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 augustus 2021. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden aangetekend.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet herstellen daarvan binnen gestelde termijnen.

Uitspraak

Datum uitspraak: 12 augustus 2021
21/1764 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 9 april 2021, 20/271 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.P.L.C. Dijkgraaf, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.
Bij brief van 20 mei 2021 is de gemachtigde van appellante in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
De gemachtigde van appellante heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 21 juni 2021 is aan de gemachtigde van appellante nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellante erop gewezen dat bij overschrijding zij er rekening mee moet houden dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
De gemachtigde van appellante heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk nietontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2021.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.