ECLI:NL:CRVB:2021:2095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen AOW-pensioenbesluit wegens niet tijdig griffierecht
Appellant kreeg in 2014 een AOW-pensioen toegekend van 6% van het maximale bedrag. Diverse verzoeken tot herziening werden afgewezen door de Sociale Verzekeringsbank (Svb). De rechtbank verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat appellant het griffierecht niet tijdig had voldaan. In hoger beroep stelde appellant dat hij arm was en verzocht om herziening van zijn pensioen.
De Raad overwoog dat het beroepschrift tijdig ter post was aangeboden vanuit Marokko, ondanks dat het pas later werd ontvangen, en verklaarde appellant ontvankelijk. De Raad bevestigde echter dat appellant het griffierecht niet binnen de gestelde termijn had voldaan of om vrijstelling had verzocht, waardoor de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk had verklaard.
Ten slotte concludeerde de Raad dat appellant geen nieuwe feiten had aangevoerd die het oorspronkelijke besluit onjuist maken. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens niet tijdig voldoen van het griffierecht.