ECLI:NL:CRVB:2021:2096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nabestaandenuitkering wegens te late vrijwillige verzekering
Appellante heeft na het overlijden van haar echtgenoot een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde dit omdat de echtgenoot niet verzekerd was op het moment van overlijden. Appellante verzocht om alsnog de vrijwillige premie te mogen betalen, maar dit werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de aanvraag ruim na de wettelijke termijn was ingediend en er geen bijzondere omstandigheden waren die de overschrijding konden rechtvaardigen.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij bereid is alsnog de premies te voldoen en dat zij zich in een slechte financiële situatie bevindt. De Raad oordeelt dat deze argumenten geen bijzondere omstandigheden vormen die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. De wettelijke regeling vereist dat de aanvraag voor vrijwillige verzekering binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering wordt ingediend.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De beslissing is genomen door de Centrale Raad van Beroep op 12 augustus 2021.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de nabestaandenuitkering bevestigd.