ECLI:NL:CRVB:2021:2122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurige zorg op grond van de Wet langdurige zorg
Appellante diende op 29 januari 2019 een aanvraag in voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), waarbij zij diverse medische aandoeningen aanvoerde. Het CIZ wees de aanvraag af op 21 februari 2019, gehandhaafd bij besluit van 28 mei 2019, gebaseerd op een medisch advies van 22 mei 2019 waarin werd geconcludeerd dat geen Wlz-grondslag kon worden vastgesteld vanwege onvoldoende actuele medische informatie en het ontbreken van toestemming voor het opvragen daarvan.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig en begrijpelijk was, en dat het ontbreken van een huisbezoek door een medisch adviseur niet tot onzorgvuldigheid leidde. Appellante stelde in hoger beroep dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar haar conversieklachten en dat relevante medische informatie was genegeerd.
De Raad oordeelde dat het medisch advies wel degelijk zorgvuldig tot stand was gekomen, mede omdat appellante beperkte informatie had verstrekt en geen toestemming gaf voor het opvragen van actuele medische gegevens. Tevens wees de Raad erop dat appellante gehouden is alle relevante informatie te verstrekken. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor langdurige zorg wordt bevestigd wegens onvoldoende actuele medische informatie.