ECLI:NL:CRVB:2021:2152
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening pgb voor individuele begeleiding wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster, bekend met een ernstige progressieve oogaandoening en psychische klachten, ontvangt vanaf 1 juli 2021 geen begeleiding meer van haar beoogde hulpverlener. Zij vordert een voorlopige voorziening voor een persoonsgebonden budget (pgb) voor individuele begeleiding, stellende dat haar participatie en zelfredzaamheid hierdoor in gevaar komen en alleen de beoogde hulpverlener passend is.
Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen heeft het bezwaar tegen een eerdere afwijzing van het pgb opnieuw ongegrond verklaard en biedt begeleiding in natura aan. De rechtbank had het college eerder opgedragen de beslissing beter te motiveren, waarop het college een nadere onderbouwing gaf.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de medische verklaringen onvoldoende onderbouwing bieden voor de stelling dat alleen de beoogde hulpverlener de begeleiding kan leveren. Hoewel de vertrouwensband begrijpelijk is, is dit geen medische noodzaak. Omdat het college bereid is passende begeleiding in natura te verstrekken, is er geen spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening in de vorm van een pgb.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een pgb wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.