ECLI:NL:CRVB:2021:2159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, voormalig maatschappelijk werker, meldde zich ziek op 22 februari 2016 en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering per 17 maart 2018 toe te kennen. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna hij een WIA-uitkering ontving vanaf november 2018, beëindigd in december 2019.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de weigering ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de medische basis van het besluit voldoende was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte het medisch onderzoek als zorgvuldig beschouwde en dat zijn beperkingen, waaronder CVS, onvoldoende werden erkend.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank. Alle beschikbare medische informatie is betrokken, inclusief psychiatrisch advies. De medische beperkingen zijn gelijk gebleven voor en na het revalidatietraject. Het UWV heeft voldoende gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV tot weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.