ECLI:NL:CRVB:2021:2168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid als magazijnmedewerker bevestigd
De Centrale Raad van Beroep heeft op 20 augustus 2021 uitspraak gedaan in het hoger beroep van appellant tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewetuitkering per 11 juni 2018 te beëindigen. De rechtbank had eerder geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en het medisch oordeel juist, en dat appellant geschikt was voor zijn arbeid als magazijnmedewerker.
Appellant voerde aan dat hij door medicijngebruik en de aard van het werk met machines en heftruck niet geschikt zou zijn, maar kon dit niet onderbouwen met nieuwe medische gegevens. De Raad bevestigde dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan het eerdere oordeel en dat de stelling dat de werkzaamheden machines en heftruckgebruik vereisen niet was onderbouwd.
De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak uit 2016 waarin ook werd geoordeeld dat de werkomschrijving van de maatgevende arbeid correct was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing is in het openbaar uitgesproken en bevestigt de beëindiging van de uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd omdat appellant geschikt is voor zijn arbeid als magazijnmedewerker.