Uitspraak
19 2652 ZW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als grondwerker en meldde zich ziek met lichamelijke klachten. Na een eerstejaars ZW-beoordeling beëindigde het UWV de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt werd geacht voor andere functies. Appellant maakte bezwaar en bracht medische informatie in, maar het UWV handhaafde het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek onvoldoende was, met name met betrekking tot zijn PTSS en hoofdpijnklachten, en verzocht om een onafhankelijke deskundige.
De Raad concludeert dat het hoger beroep een herhaling is van eerdere gronden en onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De medische beoordeling voldoet aan de zorgvuldigheidseisen, waarbij rekening is gehouden met de klachten en medische rapporten. Er is geen aanwijzing dat de ernst van de medische situatie is onderschat.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.