ECLI:NL:CRVB:2021:2230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in sociale zekerheidszaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel in een sociale zekerheidszaak. Volgens artikel 6:5 Awb Pro moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden.
Appellante is bij brief van 26 februari 2021 en opnieuw bij aangetekende brief van 29 maart 2021 in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken alsnog de beroepsgronden in te dienen. Beide termijnen zijn ongebruikt voorbijgegaan zonder dat appellante een verontschuldiging heeft aangevoerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is en verklaart het beroep zonder inhoudelijke behandeling niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.