ECLI:NL:CRVB:2021:2243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag voor in het buitenland wonende kinderen
Appellant verzocht om kinderbijslag met terugwerkende kracht voor zijn kinderen die op de peildata in Soedan verbleven. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af, omdat de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) bepaalt dat geen recht op kinderbijslag bestaat voor kinderen die niet in Nederland wonen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat er geen sprake is van een ontoelaatbaar onderscheid naar woonplaats of nationaliteit.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij werd gediscrimineerd omdat hij belasting en premies in Nederland betaalde en dat het onderscheid naar woonplaats niet gerechtvaardigd was. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat het onderscheid naar woonplaats een legitiem doel dient, namelijk het territorialiteitsbeginsel waarbij de woonplaats van het kind centraal staat.
De Raad concludeerde dat het onderscheid niet uitsluitend op budgettaire overwegingen berust, maar onderdeel is van een bredere visie van de wetgever over welke staat verantwoordelijk is voor de ondersteuning van het onderhoud van kinderen. Het bestreden besluit is daarmee terecht en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op kinderbijslag voor kinderen die op de peildata in het buitenland verbleven; de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.