ECLI:NL:CRVB:2021:2292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante meerdere malen gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €134,-, met een uiterste betaaldatum.
Appellante heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar dit later ingetrokken. Ondanks herhaalde herinneringen en waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. De Raad concludeert dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen zonder inhoudelijke behandeling van het hoger beroep, conform artikel 8:108 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.