ECLI:NL:CRVB:2021:2294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming door Sociale verzekeringsbank
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft vervolgens de opgelegde boete aangepast, waarna appellanten het hoger beroep hebben ingetrokken. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan in dat geval worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten omdat de Svb geen verweerschrift heeft ingediend. De Raad heeft de proceskosten begroot op €1.496,- voor het beroep en €748,- voor het hoger beroep, in totaal €2.244,-. Appellanten kunnen het betaalde griffierecht rechtstreeks bij de Svb verhalen.
De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en op 14 september 2021 in het openbaar uitgesproken. De Svb wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: De Sociale verzekeringsbank wordt veroordeeld tot betaling van €2.244,- aan proceskosten aan appellanten.