ECLI:NL:CRVB:2021:230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering na zorgvuldig UWV-onderzoek
Appellante, laatst werkzaam als kamermeisje, meldde zich ziek terwijl zij een WW-uitkering ontving. Het UWV kende haar een Ziektewet-uitkering toe, maar stelde later vast dat zij meer dan 65% van haar oude loon kon verdienen in andere functies, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd. Diverse medische en arbeidskundige onderzoeken bevestigden haar geschiktheid voor alternatieve functies.
Na meerdere bezwaarprocedures en een eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarin het beroep van appellante werd afgewezen, werd ook in hoger beroep het besluit van het UWV bevestigd. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de aangeleverde medische stukken geen nieuwe feiten bevatten die het oordeel konden wijzigen.
De Raad concludeerde dat appellante niet ongeschikt was voor de geselecteerde functies en dat het beroep ongegrond is. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering door het UWV.