ECLI:NL:CRVB:2021:2354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor tegemoetkoming meerkosten chronisch zieken en gehandicapten
Appellant heeft op 15 maart 2019 een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand in de vorm van een tegemoetkoming meerkosten voor chronisch zieken en gehandicapten (TM-CZG). Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem wees deze aanvraag bij besluit van 24 juni 2019 af, omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden, waaronder het bezit van een Avan-vervoerspas voor aanvullend vervoer op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel aan de voorwaarden voldeed, onder meer omdat hij in bezit was van een Avan-vervoerspas die volgens hem door de gemeente Arnhem was verstrekt. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze pas een zelf aangeschafte OV-pas was en geen pas voor aanvullend vervoer op basis van de Wmo. Ook voldeed appellant niet aan andere voorwaarden zoals het betalen van een eigen bijdrage aan het CAK of het ontvangen van een rolstoel op grond van de Wmo.
Daarnaast stelde appellant dat het college de beslistermijn van acht weken had overschreden. De Raad stelde vast dat appellant het college niet in gebreke had gesteld na het verstrijken van deze termijn, zodat deze overschrijding niet tot vernietiging van het besluit leidde. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door J.L. Boxum, in aanwezigheid van griffier B. Beerens, op 21 september 2021.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand wegens het niet voldoen aan de voorwaarden.