ECLI:NL:CRVB:2021:2597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvragen wegens onduidelijke financiële situatie voorafgaand aan aanvraag
Appellanten dienden aanvragen om bijstand in, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werden afgewezen vanwege onvoldoende informatie over hun financiële situatie voorafgaand aan de aanvragen. Het college kon daardoor niet vaststellen of appellanten in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerden.
De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond, omdat appellanten onvoldoende inzicht hadden gegeven in hun inkomsten en geldstromen, waaronder contante betalingen en onduidelijke geldleningen. Appellanten hadden een eigen bedrijf en betaalden de huur contant, wat aanleiding gaf tot nader onderzoek over een langere periode dan drie maanden voorafgaand aan de aanvraag.
In hoger beroep herhaalde appellanten grotendeels hun eerdere gronden, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Raad benadrukte dat het college terecht inzicht mocht verlangen in de herkomst van het geld waarmee levensonderhoud en huur werden betaald, ook al was het inkomen laag.
Dat het college later bijstand toe kende na de beoordelingsperiode doet niet af aan de rechtmatigheid van de eerdere afwijzingen. De hoger beroepen worden daarom afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstandsaanvragen worden afgewezen vanwege onvoldoende inzicht in de financiële situatie voorafgaand aan de aanvragen.