ECLI:NL:CRVB:2021:260

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 februari 2021
Publicatiedatum
9 februari 2021
Zaaknummer
20/799 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 6:24 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen beroepschrift

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Volgens de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken, ingaand de dag na toezending van de uitspraak aan partijen. De aangevallen uitspraak is op 9 januari 2020 toegezonden, waardoor de beroepschrifttermijn op 20 februari 2020 eindigde.

Het beroepschrift werd op 25 februari 2020 ontvangen en was volgens de poststempel op 22 februari 2020 ter post bezorgd. Dit betekent dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, aangezien het na de termijn van zes weken is verzonden. Appellant is meerdere malen verzocht om een toelichting op de termijnoverschrijding, maar heeft niet gereageerd.

Gezien het ontbreken van een redelijke verklaring en het feit dat het beroepschrift buiten de termijn is ingediend, verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van het beroepschrift.

Uitspraak

Datum uitspraak: 9 februari 2021
20/799 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van
9 januari 2020, 19/3797 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 9 januari 2020 in afschrift aan partijen toegezonden.
Het beroepschrift is op 25 februari 2020 ontvangen. Het is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 22 februari 2020 ter post bezorgd.
Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Bij brieven van 8 juni 2020 en 22 juli 2020 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.
Appellant heeft daarop niet gereageerd.
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2021.
(getekend) E.C.R. Schut
(getekend) K.R. van Renswoude
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.