ECLI:NL:CRVB:2021:265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen zorgkostenvergoeding gemoedsbezwaarde
Appellant, erkend als gemoedsbezwaarde en niet verzekerd voor ziektekosten op grond van de Zorgverzekeringswet, heeft zorgkosten gedeclareerd over de periode november 2016 tot en met oktober 2017. CAK heeft deze declaraties deels afgewezen vanwege ontoereikend spaartegoed, niet-vergoedbare kosten volgens de Zvw en het ontbreken van originele nota's.
Na bezwaar heeft CAK bij een besluit van 30 juli 2018 een deel van de gedeclareerde zorgkosten alsnog vergoed tot een bedrag van € 574,67. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond verklaard, stellende dat de zorgkosten die aanvankelijk waren afgewezen wegens ontoereikend spaartegoed alsnog zijn vergoed.
In hoger beroep heeft appellant geen wezenlijk nieuwe gronden aangevoerd, maar slechts eerdere argumenten herhaald, waaronder een betoog over indirect onderscheid op grond van levensovertuiging. De Raad onderschrijft de motivering van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Tevens oordeelt de Raad dat het door appellant genoemde aanvullende bedrag van € 54,24 niet aannemelijk is en dat er geen aanleiding is tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.