ECLI:NL:CRVB:2021:2697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toegenomen beperkingen voor WIA-uitkering na auto-ongeval
Appellante, werkzaam als medewerker buitenschoolse opvang, meldde zich in 2008 ziek na een auto-ongeval. Het UWV weigerde in 2012 een WIA-uitkering toe te kennen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na nieuwe klachten in 2018 wees het UWV opnieuw een WIA-uitkering af, omdat geen toename van beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat nieuwe medische informatie een onjuiste eerdere beoordeling aantoonde en dat het UWV had moeten terugkomen op eerdere besluiten. Het UWV stelde dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen en dat de eerdere afwijzing rechtmatig was.
De Raad overwoog dat een aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering na eerdere afwijzing moet worden beoordeeld op de strekking ervan. De Raad concludeerde dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat er geen toename van beperkingen was binnen vijf jaar na 12 januari 2012. De medische rapporten toonden inconsistenties en onvoldoende bewijs voor toename van beperkingen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.