ECLI:NL:CRVB:2021:2698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van duurzaamheidsvereiste voor IVA-uitkering bij arbeidsongeschiktheid
Appellante is sinds 10 oktober 2007 arbeidsongeschikt voor haar functie als new business manager en ontvangt sinds 2009 een WGA-uitkering. Na diverse procedures en medische beoordelingen is vastgesteld dat zij per 1 januari 2015 volledig arbeidsongeschikt was, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt, waardoor zij geen recht heeft op een IVA-uitkering.
Het geschil richt zich op de vraag of de arbeidsongeschiktheid van appellante op de datum in geding duurzaam was. De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de beperkingen niet duurzaam waren en dat de medische rapporten dit ondersteunen. Appellante bracht in hoger beroep aanvullende medische verklaringen in, maar deze overtuigden de Raad niet van het tegendeel.
De Raad benadrukt dat duurzaam betekent dat de situatie medisch stabiel of verslechterend is, of dat er op lange termijn weinig kans op herstel is. De medische onderzoeken tonen aan dat na een operatie in juni 2015 de klachten aanzienlijk waren verminderd en dat verbetering van de belastbaarheid redelijkerwijs kon worden verwacht. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Appellante komt niet in aanmerking voor een IVA-uitkering per 1 januari 2015 omdat haar arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.