ECLI:NL:CRVB:2021:2716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant meerdere malen gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €128,- en de termijn waarbinnen dit moest gebeuren. Appellant heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan en daartoe een formulier ingevuld. De Raad heeft vervolgens een inkomensverklaring opgevraagd waaruit bleek dat appellant een verzamelinkomen van €0,- had in het peiljaar 2018.
Ondanks herhaalde verzoeken om aanvullende informatie en het invullen van verklaringen, heeft appellant niet tijdig aan deze verzoeken voldaan. Hierdoor is het beroep op betalingsonmacht afgewezen. Vervolgens is appellant nogmaals schriftelijk en aangetekend gewezen op de betaling van het griffierecht en de gevolgen van niet-betaling.
Het griffierecht is uiteindelijk niet binnen de gestelde termijn betaald. De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.C.R. Schut op 2 november 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.