ECLI:NL:CRVB:2021:2720
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar heeft het verschuldigde griffierecht van €131,- niet binnen de gestelde termijn voldaan. De Raad heeft appellante meerdere malen gewezen op de betalingsverplichting en de gevolgen van niet-betaling, waaronder een niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.
Appellante heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan en daartoe een formulier ingevuld en ingezonden. De Raad heeft aanvullende inkomensgegevens opgevraagd bij de Raad voor Rechtsbijstand waaruit bleek dat het verzamelinkomen van appellante €0,- bedroeg in het peiljaar 2019. Ondanks meerdere verzoeken heeft appellante de aanvullende verklaring niet volledig ingevuld.
Hierdoor heeft de Raad het beroep op betalingsonmacht afgewezen en appellante verzocht alsnog het griffierecht te betalen. Dit is niet gebeurd binnen de gestelde termijn. De Raad concludeert dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.