ECLI:NL:CRVB:2021:2762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant was laatstelijk werkzaam als rioolontstopper en meldde zich ziek wegens verslavingsproblemen. Na een initiële toekenning van een WGA-uitkering werd deze bij een herbeoordeling vastgesteld op 23,32% arbeidsongeschiktheid, waardoor de uitkering werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 31 januari 2019 als juist beoordeelde. De rechtbank vond geen aanwijzingen voor een verslechtering rond de datum in geding (19 april 2019) die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid zou rechtvaardigen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn verslavingsproblematiek onvoldoende was meegewogen en dat er sprake was van terugvallen, maar bracht geen nieuwe medische informatie in die de eerdere beoordeling zou wijzigen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en oordeelt dat de WGA-uitkering terecht is beëindigd.
Uitkomst: De WGA-uitkering van appellant is terecht beëindigd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.